Een eerste preek voor de tijd van Epifanie - 19 januari 2016

Voor de zondagen van Epifanie, de tijd direct na Kerst, heeft ds. Pieter Roggeband nagedacht over de manier waarop God zich te kennen geeft.


God geeft zich te kennen

Op de zondagen van Epifanie staan wij stil bij het feit dat God verschijnt, zich manifesteert en zich te kennen geeft. God laat zich zien in een kind dat door wijzen uit het oosten als koning wordt aanbeden; hét verhaal van Epifanie. In het tweede grote verhaal van Epifanie manifesteert God zich opnieuw wanneer dit kind zich als volwassene laat dopen, in de gestalte van een duif. Op de bruiloft te Kana, het derde verhaal van Epifanie, geeft God zich in een teken te kennen. Water wordt wijn opdat het feest doorgang kan vinden.

In de boeken exodus, leviticus en numeri geeft God zich door middel van een wolk te kennen die tevens als richtingaanwijzer functioneert. De wolk wijst het volk Israel de weg naar het beloofde land. In Numeri fungeert de wolk bovenal als teken om op te breken of de tenten weer op te slaan. Wanneer de wolk zich verheft trekt God zelf op om zijn volk voor te gaan naar het beloofde land. Daar waar de wolk blijft rusten slaan de Isaelieten hun kamp op.

Deze voorstelling heeft iets aantrekkelijks. Wanneer God de richting wijst en het sein geeft om in beweging of tot rust te komen, hoeven we daar zelf niet het hoofd over te breken en hoeven we evenmin bang te zijn de verkeerde beslissingen te nemen. Zou het niet prettig zijn wanneer ons van hogerhand, van Godswege de richting zou worden gewezen in deze bewogen, woelige en onzekere tijden waarin we als samenleving verkeren? En zou ons een dergelijk eenduidig teken niet ook in ons persoonlijk leven goed van pas komen? We moeten in het leven soms keuzes maken. Keuzes die er werkelijk toe doen. Zonder dat je van tevoren weet of ze goed of fout zijn. Een wenk uit de hemel zou niet verkeerd zijn. Zodat we wisten welke richting we in zouden moeten slaan en het helder zou zijn of we op moesten breken of juist een pas op de plaats zouden moeten maken. Maar waar vind je heden ten dage dergelijke eenduidige tekenen?

In numeri rust de wolk op de tabernakel. ‘Woning’ staat er eigenlijk in het Hebreeuws. De tabernakel wordt echter pas dan Gods ‘woning’ als de wolk haar overdekt. Zonder wolk staat de tabernakel leeg. Nu ja wat heet leeg? De tabernakel wordt in één adem tent der getuigenis genoemd. Daarmee worden we herinnerd aan het feit dat zich in deze woning de zogenaamde ark met de twee stenen tafelen van het verbond bevindt waarop de Tien Woorden staan geschreven. Zij vormen de inleiding op de tora. In feite draait de hele heilige Schrift om de Tora. Alle andere bijbelboeken zijn daar op een of andere manier uitleg bij of een reactie op.

De wolk uit Numeri verwijst ons dus niet zozeer naar de hemel om daar naar een eenduidig teken te zoeken maar verwijst ons naar de tent der getuigenis. Dat wil zeggen naar de Tien woorden, de tora, ja naar de hele heilige Schrift. Daar geeft God zichzelf te kennen. Op de plaats waar de tora gelezen en besproken wordt, daar woont God. Niet vanzelfspekend want met heilige teksten kan helaas schandelijk misbruik worden bedreven. God geeft zich slechts daar te kennen waar serieus, open en eerlijk, eerbiedig maar tevens kritisch naar de Schriften wordt geluisterd. In en vanuit het besef dat er niet één eeuwige waarheid bestaat maar deze slechts, onder gebruikmaking van ons gezonde verstand, in gesprek met en over de Schrift kan worden gevonden. Op de plek waar de schriften op deze wijze worden besproken geeft God zich te kennen en wordt ons orientatie geboden.



< HOME