Moralisme? Aan apostel Paulus niet besteed! - 16 oktober 2016

Wie Paulus’ belangrijkste brief opslaat, denkt meteen van niet. Deze brief aan de Romeinen opent met een lange catalogus van wat er allemaal wel niet deugt aan het gedrag van de Romeinen. Een cultuur in verval, een cultuur van decadentie, een cultuur die alleen nog maar het makkelijke en aangename zoekt, en daarbij niet gehinderd wordt door zelfbeheersing en doorzettingsvermogen.

Tja. Het staat er toch in Romeinen 1. Het antwoord erop is alleen subtiel. Paulus zegt niet: “En dat hoort en mag niet!” Het gaat er bij Paulus om, dat we onze “slechte verlangens” (zoals “het vlees” in de uitgave van de Bijbel in Gewone Taal wordt aangeduid) ook eigenlijk zelf niet willen. Gemakzucht, onmatigheid, misplaatste trots – ze maken maar even gelukkig. Daarna volgt een gevoel van “Überdruss”, zoals dat in het Duits heet.

Met moralisme, met het opgeheven vingertje, kom je alleen niet ver. De moraal vertelt alleen wat niet mag. De moraal vertelt echter niet, waarom je niet zou moeten handelen afgaande op je “slechte verlangens”, je vlees dus. Wat is eigenlijk je motivatie om het anders te doen?

In Romeinen 8 zegt Paulus dat voor een gelovige die motivatie de Geest, de Heilige Geest of Geest van God of goddelijke geestkracht kan zijn. Met de nadruk op “kan”: de Geest kan je ervan overtuigen, dat je leeft met een doel voor ogen. De Geest wijst je de weg naar een leven, waarin “Überdruss” niet voorkomt.

Nu is dat natuurlijk vroom en makkelijk gezegd. Het antwoord is niet zo eenvoudig. Het is niet eenvoudig zo’n leven te vinden en blijvend te voeren. Hoe wijd ik me toe aan datgene wat ook op lange duur tevredenheid, waar geluk in mijn leven, in mijn ziel brengt? Wat moet ik doen om zich zulke ware tevredenheid te laten vestigen?

Het antwoord van Romeinen 8 is even eenduidig. Probeer Jezus, de Christus, voor ogen te hebben. De logica van Paulus is – in versimpelde vorm – die van de mierzoete katholieke plaatjes, waarbij een geestelijke opkijkt naar de lijdende Christus aan het kruis. Diegene die probeert op zich in te laten werken met welke overtuiging hij geleefd heeft, komt dichter bij een levensvorm van ware tevredenheid, een levensvorm die weet wat er in het leven wel en vooral ook: wat er in het leven niet toe doet.

Ds. Tim van de Griend



< HOME